Carnavalsvrienden in behangsellucht

Carnavalsvrienden in behangsellucht

Moesland heeft al vaker de landelijke pers gehaald, afgelopen week was Jeugdcarnaval Schaijk nog bij het Jeugdjournaal, maar ook de gedrukte pers weet ons te vinden. Zo hebben we al ooit in de Telegraaf en de Volkskrant gestaan. Maar vandaag staat het Moeslands carnaval in de NRC. En ook nog eens op een prominente plek: pagina 2. Het is een column van Sheila Kamerman en die wil ik jullie niet onthouden. Geniet ervan!

Carnavalsvrienden in behangsellucht

Op haar hoofd staat een groene steek met fazantenveren van een meter lang. Het is ambtskleding. ‘Dorstluchtige Hoogheid Prinses Nicole d’n Urste’ draagt ook een groene mantel met witbonten rand en gouden biezen. Het Noord-Brabantse Schaijk, pardon Moesland in carnavalstijd, heeft geen prins maar een prinses. Voor het eerst. Maar niet de eerste, er zijn al genoeg carnavalsverenigingen die een prinses kozen.

In Moesland waren ze van de oude stempel, zegt Jeroen van Zuijlen. Hij is voorzitter van de Stichting Carnaval De Moeslanden. Inmiddels denken ze er anders over.
Dus toen de Raad van Elf bijeen kwam om een prins voor te dragen, zeiden ze: het zou leuk zijn als het dit keer een dame is. Het werd Nicole Loeffen (31). Nicole zei meteen: ja! Haar vriend, Daniël van den Berg, zal dit lange carnavalsweekend als prinsgemaal aan haar zijde staan. Sinds dat moment, de herfstvakantie zo’n beetje, staat het dorp met ruim 7.000 inwoners in carnavalstand. Zoals elk jaar. Vriendengroepen, vaak leeftijdsgroepen die elkaar kennen van de basisschool, bouwen een eigen praalwagen. Het blijven vrienden voor het leven. Er was altijd wel ergens aan de rand van het dorp een boerenschuur te vinden. Maar er zijn hier steeds minder boeren, steeds minder schuren. En landbouwmachines zijn peperduur, die zet je niet meer even een paar maanden op de bleek. De redding kwam van de gemeente. Bouwers mochten gebruikmaken van een oude gemeentewerf. Vijf carnavalsgroepen werken daar zij aan zij. Tuurlijk, nu kunnen ze ineens zien wat de concurrenten maken. Maar ze besloten elkaar te helpen en het werd nóg gezelliger.
Loop maar even mee, zegt de prinses.

“Jammer voor de helft van Nederland dat carnaval niet kent, vinden ze in Moesland”

Eerst het frotkot waar kinderen voor de kinderoptocht met hulp van (jonge) mannen uit het dorp kleine, maar toch best grote wagens bouwen. Dan door de deur naar de grote
loods ernaast: een oase van licht en kleuren. Stof dwarrelt, er hangt een dikke behangplaksel- en verflucht. Op ijzeren geraamten wordt met kippengaas de metershoge voorstelling gevormd. De ‘vormers’ zijn ware beeldhouwers. Het gaas wordt beplakt
met papier dat wordt ingesmeerd met behanglijm. Dubbellaags plakken wordt het mooist. Dan drogen en verven, verven.

De Moeslandse optocht op maandag is vermaard: dit jaar telt die achttien wagens, 25 kleine en 8 grote loopgroepen en dertien individuele lopers. De hele optocht is handgeduwd. Behalve de enorme prinsenwagen, met daarop de prinses met haar hele gevolg. Die wordt getrokken door een tractor. Jammer voor de helft van Nederland dat carnaval niet kent,
vinden ze in Moesland. Zij missen het feest der feesten voor jong en oud, dat vanouds ook alle remmen los betekende voordat het (katholieke) vasten begon, dat loopt tot Pasen.
Ook wie niets van carnaval begrijpt, verklaart Dorstluchtige Hoogheid Prinses Nicole d’n Urste, mag altijd naar de optocht komen kijken.