Dat een bouwloods probleem van alle tijden is, blijkt wel wanneer we het archief induiken. Ook in de jaren tachtig was het voor carnavalsclubs in Schaijk moeilijk om een geschikte plek te vinden waar zij hun praalwagens konden bouwen. Een krantenartikel uit 1981 uit het Brabants Dagblad maakt duidelijk hoe groot de onvrede destijds was.
De Moeszakken en Moeszakkinnen besloten daarom massaal naar het oude raadhuis van Schaijk te trekken. Ongeveer tweehonderd carnavalsvierders verzamelden zich voor de ingang. Ze wilden het gemeentehuis bezetten en een verklaring afleggen. Daarin wilden zij het gemeentebestuur duidelijk maken dat er geschikte plaatsen moesten komen waar de carnavalsclubs hun praalwagens konden bouwen.
Op de gemeentesecretarie was men blijkbaar al op de hoogte van de plannen. Uit voorzorg werd de politie gewaarschuwd. Toen de grote groep bij het raadhuis aankwam, bleven de deuren gesloten. Enkele aanwezigen begonnen vervolgens de politiebusjes heen en weer te wiegen. Hierdoor ontstond een kleine ruzie tussen carnavalsvierders en politiemannen, waarbij over en weer enkele klappen vielen. Door het gedrang sneuvelde bovendien een ruit van het gemeentehuis.
Bouwloods probleem niet meteen opgelost
De actie liep daarmee anders dan de deelnemers vooraf hadden bedacht. Wat als een ludieke carnavalsgrap was begonnen, dreigde even volledig uit de hand te lopen. Toch eindigde de middag uiteindelijk op een manier die goed bij het Moeslandse carnaval past.
Later waagden zes jongeren een nieuwe poging om het gemeentehuis binnen te komen. Deze keer kwamen ze niet met lege handen. Ze droegen ieder een dienblad vol glazen bier. Daarmee kregen ze wel toegang tot het raadhuis. Binnen werd de zaak besproken en gezamenlijk afgedronken. De jongeren maakten daarbij duidelijk dat het nooit hun bedoeling was geweest om schade te veroorzaken. Ook de aanwezige ambtenaren en politiemannen lieten zich het aangeboden pilsje goed smaken.
Of de actie meteen voor een geschikte bouwplaats zorgde, vertelt het krantenartikel niet. Wel laat het verhaal zien dat de behoefte aan een goede bouwloods toen al groot was. Carnavalsclubs hadden ruimte nodig om samen te kunnen werken aan hun wagens en creaties. Zonder zo’n plek werd het voortbestaan van een belangrijk onderdeel van de Moeslandse optocht onzeker.
Ruim vier decennia later klinkt die boodschap nog altijd bekend. Een veilige en geschikte bouwloods is niet alleen een werkplaats. Het is een ontmoetingsplek waar kennis wordt doorgegeven, jonge bouwers het vak leren en maandenlang wordt gewerkt aan de creaties die de optocht kleur geven.
De omstandigheden zijn inmiddels veranderd, maar de wens is hetzelfde gebleven. Het bijzondere krantenartikel uit 1981 laat zien dat de bouwers van toen zich al sterk maakten voor een goede bouwplek. Het bouwloods probleem is dus zeker niet nieuw.
Oplossing in zicht?
Daarom zou het mooi zijn als er een definitieve oplossing in zicht is. Maar daar is wel jullie hulp voor nodig. Doneer voor de bouwloods om zo de toekomst van de Schaijkse optocht veilig te stellen. Doneren kan via deze link.

